Doekaarten
Met de doekaarten maken de leerlingen op een leuke manier kennis met verzorgen en verzorgd worden. Er zijn 9 doekaarten die in tweetallen of kleine groepjes worden uitgevoerd. Bij een aantal doekaarten zijn er extra materialen nodig, zoals een blinddoek, een gehoorbeschermer of een bloeddrukmeter. Deze materialen zitten allemaal in de kist. Bij iedere doekaart (behalve doekaart 8) hoort een invulkaart waarop de leerlingen de antwoorden op de vragen kunnen invullen.
Doekaart 1: Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...
Het doel van deze kaart is dat de leerlingen ervaren hoe het is om blind te zijn. Ze maken hierbij gebruik van een blinddoek.
Doekaart 2: Zie het verband
De leerlingen gaan elkaar verbinden met behulp van snelverband, dekverband en steriele gaasjes.
Doekaart 3: Wat klopt daar?
De leerlingen gaan bij deze doekaart hun eigen hartslag tellen.
Doekaart 4: Met een diepe zucht...
Bij deze opdracht is het de bedoeling dat de leerlingen tellen hoe vaak ze ademhalen en met een piekstroommeter meten hoeveel lucht ze in hun longen hebben.
|